Waarom de dwangsom zo’n effectief middel is tegen smaad/laster en andere onrechtmatige uitingen

€ 500.000,- moet publicist Wim Dankbaar betalen aan de moeder van Marianne Vaatstra omdat hij een aantal teksten op Facebook had laten staan. In een eerder vonnis verbood de rechter hem namelijk bepaalde uitingen te doen, op straffe van een dwangsom van maximaal € 500.000,-. Vanuit juridisch oogpunt is het vonnis alleen uitzonderlijk vanwege het hoge bedrag aan dwangsommen, het is verder vrij standaard. Het vonnis laat wel zien dat de dwangsom een krachtig instrument is tegen smaad en laster. Reden om in dit artikel nader in te gaan op de dwangsom en de mogelijkheden die dit biedt tegen online uitingen op internet.

Dankbaar en de moeder zijn al jarenlang in een strijd verwikkeld. In 2014 bracht de schrijver het Verboden dagboek van Marianne Vaatstra uit. In dat boek stond onder meer dat de dader, Jasper S., op basis van vervalst bewijs is veroordeeld. Marianne’s moeder deed een beroep op haar auteursrecht. Het resultaat is dat het boek uit de handel werd gehaald én Dankbaar € 250.000,- schade vergoeding moest betalen.

De strijd werd voortgezet op het internet. Op zijn website Rechtiskrom bleef Dankbaar volhouden dat de moord door een ander is gepleegd, maar ook dat de familie Vaatstra thans wordt gechanteerd door de echte dader. Die uitingen werden door de rechter in augustus dit jaar verboden. Dankbaar moest bovendien een rectificatie op zijn homepage plaatsen. Aan dat vonnis werd een dwangsom gekoppeld van € 20.000,- per dag tot maximaal € 500.000,-.

Marianne’s moeder constateerde al snel dat de rectificatie niet op de homepage geplaatst was én dat Dankbaar enkele oude Facebookposts niet verwijderd had. Die posts bevatten enkele citaten én een post met de drie openingszinnen van het artikel dat verwijderd moest worden. Om die reden legde zij beslag op de bankrekening van Dankbaar.

Dankbaar betoogde in een executiekortgeding dat hij zich wellicht niet aan de letter van het vonnis had gehouden maar dat hij in ieder geval aan de strekking en bedoeling daarvan had voldaan. Immers, de artikelen zijn van de website gehaald. Op Facebook staan alleen nog maar enkele citaten.

De rechter gaat daar maar deels in mee. Volgens de rechtbank stond in het vonnis dat “iedere uiting” verwijderd moet worden. Dat geldt dus ook voor uitingen in het verleden. De oude facebookposts met flarden van het artikel zijn geen overtreding omdat zij niet in strijd met het doel en de strekking van het vonnis zijn. Echter, de Facebookpost met de openingszinnen is dat wél. In het eerdere vonnis was namelijk uitdrukkelijk ingegaan op het verschijnen van de artikelen in andere vormen, zoals Facebookposts. Om die reden was het vonnis overtreden en lijken de dwangsommen verbeurd.

De dwangsom; een krachtig instrument tegen smaad en laster.

Het vonnis was in dit geval vrijwel geheel nageleefd. De overtreding door Dankbaar was maar triviaal, toch moet de volledige dwangsom betaald worden. Het laat zien hoe sterk een dwangsomveroordeling kan werken.

Een dwangsom dient als dwangmiddel voor de nakoming van een veroordeling. De rechter kan een dwangsom opleggen als prikkel om aan de hoofdveroordeling (bijvoorbeeld een verbod) te voldoen. Wordt niet voldaan aan de hoofdveroordeling dan kan de eiser met het dwangsomvonnis onmiddellijk (zonder rechtelijke tussenkomst) beslag leggen. De eiser hoeft daarvoor alleen maar te stellen dat het vonnis overtreden is. Wanneer de veroordeelde het daar niet mee eens is kan die een executie kort

geding starten. In dat kort geding kan de rechter de executie opschorten.

De dwangsom is geen schadevergoeding. Een schadevergoeding dient namelijk als middel om de geleden schade te vergoeden. De dwangsom dient enkel als prikkel om het vonnis na te komen. Dat verklaart ook de hoogte van de dwangsommen. Die dwangsom is zo hoog als nodig is om een afdoende prikkel te vormen. Rechters zijn daar ook niet bepaald zuinig mee, al kan dat ook komen omdat veel advocaten nalaten verweer te voeren tegen de hoogte van een dwangsom. Een dwangsom van € 20.000,-, met een maximum van € 500.000,- staat dus weliswaar niet in verhouding tot de mogelijke schade die de moeder lijdt. Dat is ook niet relevant omdat de dwangsom juist dient om tot nakoming te stimuleren. Een bedrag van € 20.000,- zou normaal gesproken een goede prikkel moeten zijn.

Ook als het vonnis gedeeltelijk wordt nagekomen verbeurt de hele dwangsom. Daarom is de dwangsom nu juist zo’n krachtige prikkel. De veroordeelde heeft namelijk alle reden om zich zorgvuldig aan de veroordeling te houden. Loopt hij de kantjes ervan af dan loopt hij een aanzienlijk risico, zoals de heer Dankbaar zal kunnen beamen.

De eiser aan de andere kant heeft ook een belangrijke prikkel om te controleren of het vonnis nauwgezet wordt nagekomen. De dwangsom komt namelijk altijd aan de eiser toe. Als een dwangsom verbeurt kan dat dus behoorlijk. De moeder van Marianne is nu feitelijk een half miljoen rijker.

Verweer tegen de dwangsom.

De veroordeelde staat feitelijk met 2-0 achter wanneer een dwangsom opgeëist wordt. Niet alleen kan de eiser onmiddellijk executeren, hij beschikt ook nog eens over zéér beperkte mogelijkheden om zich te verweren. Bovendien staat er veel op het spel, de dwangsom is namelijk doorgaans niet misselijk.

In het algemeen zijn er drie verweermiddelen tegen een dwangsom.

[h3]Verweer 1: hoger beroep tegen oorspronkelijke vonnis

De dwangsom wordt uitgesproken in een vonnis en maakt daar ook onlosmakelijk onderdeel van uit. In hoger beroep kan dat vonnis door het gerechtshof worden vernietigd. Zo’n vernietiging heeft terugwerkende kracht (een vernietigd vonnis heeft achteraf nooit bestaan). Dat wil zeggen dat achteraf nooit een dwangsom is uitgesproken én de dwangsommen dus nooit verbeurd kunnen zijn.

Let wel, het hoger beroep moet binnen een bepaalde termijn worden ingesteld. Wie die termijn laat verstrijken omdat hij denkt toch te hebben voldaan kan achteraf bedrogen uitkomen. Het vonnis, met de dwangsomveroordeling, is dan namelijk onherroepelijk.

Als de dwangsomveroordeling in kort geding is uitgesproken maakt het niet uit of de rechter in een bodemprocedure anders beslist. Daarmee blijft namelijk de veroordeling in kort geding staan én zijn de dwangsommen tóch verbeurd.

Of het hoger beroep een sterke verdediging is verschilt per geval. Het ene vonnis zit nu eenmaal sterker in elkaar dan het andere. Met het verbeuren van dwangsommen wordt de inzet van het hoger beroep echter wél een stuk hoger. Verliest de veroordeelde dat hoger beroep namelijk dan is hij niet alleen de proceskosten máár ook de dwangsommen verschuldigd. Daarmee verkeert de veroordeelde dus in een nadelige (onderhandelings)positie.

Verweer 2: het vonnis is wel (vrijwel) volledig nagekomen.

De veroordeelde kan zich ook op het standpunt stellen dat het vonnis wel degelijk is nagekomen. De andere partij zal in dat geval moeten bewijzen dat het vonnis overtreden is.

Vaak is een veroordeling op meerdere manieren uit te leggen. De discussie richt zich dan niet zozeer op de feiten maar juist op de betekenis van het vonnis. Zo ook in het geval van Dankbaar, die betoogt dat de Facebookposts geen overtreding van het vonnis zijn.

Een vonnis wordt in zo’n geval niet naar de letterlijke betekenis uitgelegd maar aan de hand van het doel en de strekking daarvan. Dat biedt de veroordeelde enige ruimte. Een rechter kan namelijk bepalen dat minieme overtredingen het vonnis niet in haar doel of strekking overtreden. Dankbaar maakt daar dankbaar gebruik van:

“De voorzieningenrechter constateert dat [gedaagde] strikt genomen gelijk heeft wanneer zij stelt dat niet alle rectificaties op de homepage zijn geplaatst. Echter zoals reeds uiteengezet onder r.o. 4.3 spelen ook het doel en de strekking van de veroordeling waaraan de dwangsommen zijn verbonden een rol bij de beoordeling van de vraag of de dwangsommen zijn verbeurd. Een veroordeling dient derhalve niet enkel naar de letter te worden uitgelegd.

In het licht hiervan en gelet op de hoogte van de te verbeuren dwangsommen, de inspanningen die reeds ten aanzien van de veroordelingen onder de punten 7.5 tot en met 7.7 van het vonnis door [eiser] waren verricht en de aard en de ernst van de overtreding, had het op de weg van [gedaagde] gelegen om [eiser] tijdig te waarschuwen dat er in haar visie nog niet volledig aan de genoemde punten uit het vonnis was voldaan.”

De ruimte is echter niet zeer beperkt, zoals ook Dankbaar heeft mogen ervaren:

“Dat geldt echter niet voor de drie openingszinnen van het betreffende artikel waarvan [gedaagde] door middel van overgelegde producties aannemelijk heeft gemaakt dat zij nog op de facebookpagina van [eiser] te lezen zijn. De voorzieningenrechter acht daarbij de volgende omstandigheden van belang:

De nog zichtbare zinnen kunnen – hoewel het hier slechts flarden van het bewuste artikel betreft – nog steeds geïnterpreteerd worden als van [gedaagde] afkomstig en kunnen als zodanig door haar als aanstootgevend worden ervaren. Daarmee staat vast dat de zichtbaarheid van deze tekstdelen in strijd is met het doel en de strekking van het door de voorzieningenrechter bij vonnis van 7 augustus 2017 opgelegde verbod (zie 2.4 en 4.11).”

Het is spelen met vuur. Die drie zinnen kosten Dankbaar een half miljoen. Dat is ook tekenende voor de situatie waarin een veroordeelde zich bevindt.

Verweer 3: het was onmogelijk aan de dwangsom te voldoen.

Een dwangsom dient als prikkel tot nakoming. Dat betekent dat een dwangsom zinloos is wanneer de veroordeelde het vonnis niet keer kan nakomen. Om die reden heeft de rechter de mogelijkheid een dwangsom op te heffen, op te schorten óf te minderen, wanneer sprake is van onmogelijkheid een vonnis na te komen.

Van onmogelijkheid is niet snel sprake. Naast feitelijke onmogelijkheid is de ondergrens als van de veroordeelde in redelijkheid niet meer inspanning of zorgvuldigheid kan worden verwacht.

Bijvoorbeeld feitelijk onmogelijk zou zijn als iemand veroordeeld is een bepaalde stoel af geven en die stoel na het vonnis in een brand volledig verwoest wordt. Hetzelfde geldt voor een wettelijke

beperking, bijvoorbeeld als men veroordeeld wordt een registeraccountantsverklaring af te geven én de registeraccountant deze verklaring volgens zijn beroepsregels niet mag afleggen.

Er zal niet snel worden aangenomen dat een veroordeelde in redelijkheid alles heeft gedaan om het vonnis na te leven. Wie bijvoorbeeld tot het laatste moment wacht en dan te maken krijgt met een computerstoring zal bedrogen uitkomen. Hetzelfde geldt als iemand een document moet afgeven, maar dat snel kwijt maakt.

Een denkbaar scenario zou zijn als onmogelijkheid wordt veroorzaakt door oorlog, terrorisme en/of natuurrampen. Bijvoorbeeld als een schip moet worden afgegeven, dat zich bevindt in een land dat net de oorlog heeft verklaard. Zo’n scenario is inderdaad vrij vergezocht maar dat geeft ook maar aan dat een beroep op deze uitzondering vaak niet gehonoreerd wordt.

De dwangsom als krachtig middel tegen smaad, laster en andere onrechtmatige uitingen.

Wie te maken krijgt met smaad, laster en andere onrechtmatige uitingen wil vaak twee dingen: schadebeperking en schadevergoeding.

De schadebeperking betekent in de praktijk dat de uitingen van het internet verwijderd worden én dat eventueel een rectificatie geplaatst wordt. De dwangsom kan een krachtig middel zijn de dader te prikkelen de veroordeling zorgvuldig na te komen. Doet de dader dat niet dan kan de eiser de dwangsom opeisen.

Schadevergoeding krijgen voor onrechtmatige internetuitingen is niet eenvoudig. Dit, omdat het vaak moeilijk is de schade te bewijzen. Het is namelijk moeilijk het financiële effect van zo’n uiting te meten. Zelfs als een onderneming kan aantonen dat de omzet na de uiting daalt wil dat nog niet zeggen dat de omzet daalt vanwege de uiting. Die omzetdaling kan namelijk ook worden veroorzaakt door andere factoren, zoals de staat van de economie. Bijvoorbeeld met marktonderzoeken kan dat wel worden aangetoond, maar die onderzoeken zijn erg kostbaar. Dat bewijsprobleem maakt het verhalen van schade moeilijk.

Het slachtoffer kan ook immateriële schadevergoeding vorderen. De hoogte van die schadevergoeding wordt echter door de rechter geschat. Die hoogte is dus op voorhand moeilijk in te schatten door voor het slachtoffer.

Juist omdat een schadevergoeding vaak lastig is zal het slachtoffer zich meestal beperken tot een verbod mét dwangsom. Overtreedt de dader dat vonnis dan toch, dan kan het slachtoffer in ieder geval de dwangsom incasseren.

Een dwangsom heeft echter één grote beperking. De veroordeelde moet de dwangsom natuurlijk wél kunnen betalen. Bij personen die niet draagkrachtig zijn (hoge schulden, laag inkomen) verliest de dwangsom haar prikkelende werking. Van een kale kip kan men immers niets plukken.

Uitspraak ECLI:NLRBNHO:2017:8082

 

Licentie

Creative Commons-Licentie
Lexxit Knowledge van Lexxit is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported-licentie.
Gebaseerd op een werk op www.lexx-it.nl.

Lexxit geeft vrijblijvend advies over uw casus!

Meld internetmisbruik