RBS beschuldigt van fraude, uitlatingen plaatsen op internet, verboden en geboden opgelegd bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij lijfsdwang

Rechtbank Den Haag 24-09-2015 ECLI:NL:RBDHA:2015:11177

In een vonnis in kort geding zijn een aantal verboden en geboden aan gedaagde opgelegd. Na het verstrijken van de in het vonnis genoemde termijn van een jaar waarin de geboden en verboden uitvoerbaar bij lijfsdwang waren, handelt gedaagde opnieuw in strijd met deze geboden en verboden door onder meer e-mails te verzenden aan de wereldwijde opererende bank The Royal Bank of Scotland (eiser) en door uitlatingen over de bank te plaatsen op internet, waarbij zij beschuldigt wordt van fraude. Nu gedaagde zich niet vrijwillig houdt aan de verboden en geboden en het uitwinnen van dwangsommen niet effectief blijkt, staat eiser geen ander middel ter beschikking dan de gevorderde uitvoerbaarheid bij lijfsdwang. Dit middel is in het verleden ten aanzien van gedaagde effectief gebleken en daarom vordert eiser om dit middel voor onbepaalde tijd op te leggen. Gedaagde stelt dat hij de berichtgeving niet kan stoppen en de berichten niet van internet kan verwijderen, omdat hij met deze berichtgeving een groter belang dient. Volgens hem loopt er in Amerika een procedure tegen eiser en is hem in verband daarmee gevraagd om de berichtgeving niet te staken althans de berichten niet te verwijderen. De voorzieningenrechter passeert dit verweer omdat gedaagde zijn stelling niet onderbouwd. Vonnis: verboden en geboden worden voor de periode van maximaal vijf jaar uitvoerbaar bij lijfsdwang verklaarthttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:11177