Prostitutieboten, Burgemeester Utrecht, Het Zandpad, uitlatingen, beschuldiging mensenhandel, deskundige mening hoofdinspecteur

Rechtbank Midden-Nederland 18-07-2014 ECLI:NL:RBMNE:2014:2838

Eisers exploiteren prostitutieboten in Utrecht. De burgemeester van Utrecht (gedaagde) heeft in 2014 enkele uitspraken over deze boten aan het Zandpad gedaan. De Burgemeester gaf aan dat: “wat daar gebeurde tart elke beschrijving”. Volgens eisers sloeg dat op eerdere brieven van de Burgemeester aan zijn College dat op het Zandpad op omvangrijke schaal en op gruwelijke wijze, mensenhandel voorkwam in de prostitutiesector. Volgens Eisers was er geen enkel bewijs dat zij zich aan mensenhandel schuldig gemaakt zouden hebben. Volgens de Burgemeester sloegen de beweringen echter niet specifiek op deze boten sloeg maar op alle seksinrichtingen. Er zijn 7 a 8 strafrechtelijke veroordelingen voor mensenhandel geweest bij seksinrichtingen aan het zandpad. De voorzieningenrechter stelt vast dat de eisers in het gewraakte interview niet bij naam genoemd werden en dat het woord mensenhandel ook niet genoemd werd. In de procedure is voorts gebleken dat op zowel bestuurlijk als strafrechtelijk niveau uitgebreid onderzoek gedaan is naar mensenhandel op het zandpad. Uit dat onderzoek is gebleken dat er daadwerkelijk en veelvuldig mensenhandel plaatsvindt op het zandpad. Ook bij eisers is een onderzoek geweest en de controleur heeft vastgesteld dat er in ieder geval aanwijzingen zijn van mensenhandel. De hoofdinspecteur van de Politie gaf aan dat hij reden zag om verder strafrechtelijk onderzoek in te stellen. Het hierboven omschreven maakt dat het belang van gedaagde om zich kritisch te kunnen uiten zwaarder dient te wegen dan het belang van eisers op bescherming van hun persoonlijke levenssfeer  Vonnis: de vorderingen van eisers worden afgewezen met proceskostenveroordeling.http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2014:2838