Onrechtmatige publicatie in vraagvorm, vrijheid van meningsuiting, Aandelenlease

Hof Amsterdam 02-04-2013 (PAL) LJN BZ7310.

Appellant (eiser) werpt zich op als juridische expert voor mensen die een verliesgevende aandelenleasecontract hadden gesloten bij Dexia. Gedaagde was niet tevreden met de werkzaamheden van appellant en heeft deze onvrede op diverse fora geuit. Onder meer door een topic te openen met de vraag: “is [appellant] een oplichter?” Hoewel deze zin in vragende vorm is gesteld had gedaagde er rekening mee moeten houden dat mensen na het lezen van de zin appellant als onbetrouwbaar zouden beschouwen. Bovendien had gedaagde er rekening mee moeten houden dat deze uitspraken een veel groter publiek zouden bereiken dan alleen slachtoffers van de aandelenleaseconstructie. Gedaagde kon er, op basis van het bij haar beschikbare feitenmateriaal, vanuit gaan dat appellant zich schuldig had gemaakt aan het strafbare misdrijf “oplichting”. Gesteld nog gebleken is dat er voor gedaagde andere mogelijkheden om het gedrag van appellant ter discussie te stellen. Het Hof komt dan ook tot het oordeel dat in dit geval het recht op vrijheid van meningsuiting zwaarder moet wegen dan de belangen van appellant. Vonnis: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en komt tot het oordeel dat de uitingen niet onrechtmatig zijn. Vonnis(Rechtspraak.nl).