Onrechtmatig uiting, vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, rectificatie, publicatie, onjuistheden

Hof Den Haag 6-12-2016 ECLI:NL:GHDHA:2016:3513

Eiser is in een strafvonnis waartegen hoger beroep is ingesteld veroordeeld wegens het plegen van een strafbaar feit. Eiser eist dat het AD (gedaagde) in het naar aanleiding van het vonnis van de rechtbank gepubliceerde artikel rectificeert, anonimiseert, dan wel verwijderd. In deze zaak is sprake van een botsing tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Door weging van alle omstandigheden oordeelt het hof dat het recht op vrijheid van meningsuiting dient te prevaleren. Het is volgens het hof niet ongebruikelijk om een verdachte in publicaties met voornaam en de eerste letter van de achternaam aan te duiden. Geen algemene rechtsregel verbied de naam van verdachte in een publicatie op te nemen. Verder neemt het hof in aanmerking dat eiser geen verdachte is, maar reeds is veroordeeld en dat het artikel van AD geen onjuistheden of onjuiste suggesties bevat. Vonnis: het hof wijst de vorderingen af en bekrachtigt daarmee het vonnis van de rechtbank + veroordeelt eiser in de proceskosten. http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:3513