Bouwfraude, meerdere gedaagden, onvoldoende feiten, smaad en laster, schade niet relevant voor onrechtmatigheid

Rechtbank Noord-Holland 05-12-2013 ECLI:RBNHO:2013:11696

Gedaagden hebben een artikel geschreven over vermeende bouwfraude door Eiser. In dat artikel wordt gedetailleerd weergegeven hoe eiser een aanbestedingsprocedure heeft beïnvloed met zijn adviseur. Gedaagden verweren dat eiser niet voldoende heeft duidelijk gemaakt wie van de gedaagden nu precies gedagvaard wordt. De rechter gaat daaraan voorbij omdat, ook ter zitting, niet duidelijk is wie van de gedaagden de tekst op de website heeft geplaatst. Dat is een omstandigheid die voor rekening van gedaagden dient te komen. Vooropgesteld kan worden dat de geuite beschuldiging een zeer ernstig feit is dat bij het publiek bekend zou moeten zijn als het waar is. De verklaring van gedaagden is onvoldoende feitelijke basis omdat die lijnrecht tegenover de verklaring van eiser staat. Omdat de beschuldiging niet voldoende steun vindt in het feitenmaterieel geeft het belang van eiser om niet blootgesteld te worden aan ongefundeerde beschuldigingen doorslag. Gedaagden betogen vervolgens dat eiser niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiser reputatieschade heeft geleden door de publicatie. Daarover oordeelt de rechter dat het wel of niet ontstaan van schade nog niet maakt dat de uitingen minder onrechtmatig worden. De vraag of er schade is ontstaan is uitsluitend van belang bij de vaststelling of er schadevergoeding verschuldigd is. Vonnis: gedaagden worden veroordeeld om de uitingen te verwijderen en een rectificatie te verzenden. Vonnis(rechtspraak.nl)